Organisatie 

Wat zijn kleine vlinders? 

Onderzoek 

Signalering exoten 

Gegevens doorgeven 

Verantwoording 

Copyright 

Wat zijn Kleine vlinders?

Van alle in Nederland waargenomen vlindersoorten behoort tweederde tot de Kleine vlinders en dat zijn bijna 1400 soorten. De gemiddelde grootte van de Kleine vlinders zal circa één cm zijn, dus zo heel klein zijn ze ook weer niet. Het zijn bovendien niet de grauwe of bruine beestjes, waarvoor ze meestal worden gehouden, maar de vlindertjes zijn vaak van verfijnde schoonheid en innemende gratie. In bouw en ontwikkelingsgeschiedenis wijken de Kleine Vlinders niet wezenlijk af van de grotere vlinders. Dit laatste geldt niet voor enkele families met oorspronkelijke kenmerken, de oervlinders dus, maar die zijn in Nederland vertegenwoordigd door een klein aantal soorten.

De rupsen van Kleine vlinders voeden zich in overgrote meerderheid met delen van levende hogere planten (blad, knop, vrucht, stengel, wortel, bloeiwijze) en daarbij komt binding aan één of weinige waardplantsoorten het meest voor. Een minderheid van de rupsen vreet paddestoelen, schimmels of organische resten van plant en dier.

Kleine Vlinders verdienen extra aandacht

Kleine vlinders vormen een soortgroep, waarbij relatief gemakkelijk veel gegevens kunnen worden verzameld door weinig waarnemers. Dat komt, omdat Kleine vlinders bijna overal te vinden zijn: bossen, duinen, graslanden, heiden, moerassen, tuinen en zelfs bij ons thuis. Bovendien komen we ze het hele jaar tegen, hoewel het winterseizoen het minst te bieden heeft. Tenslotte komt een aanzienlijk aantal soorten in grote hoeveelheden voor.

Nederland heeft een rijke traditie op het gebied van de Kleine vlinders. Al sedert halverwege de 19e eeuw zijn gegevens verzameld en deze zijn bijeengebracht in de database die door de stichting wordt beheerd. Dit maakt het mogelijk bij beschouwingen over de ontwikkelingen in onze fauna over een periode van 150 jaar gefundeerd vergelijkingen te treffen. Om dit ook in de toekomst te blijven doen moet in brede kring de aandacht op de Kleine Vlinders worden gevestigd teneinde nieuwe medewerkers te kunnen werven, zodat de omvang van het waarnemernetwerk op z'n minst in stand wordt gehouden.

Kleine vlinders reageren vaak snel en duidelijk op veranderende milieuomstandigheden. Daardoor lenen zij zich bij uitstek voor het uitvoeren van gericht oecologisch onderzoek, bijvoorbeeld kolonisatie en lokaal uitsterven (eigenlijk areaalgrensverschuivingen in het algemeen) of het effect van plantvitaliteit op hun aanwezigheid, maar ook verschuiving in fenologie en biodiversiteit als gevolg van klimaatverandering. Op dit gebied is door de stichting al flink wat werk verzet. Met aldus verkregen kennis en inzicht kan een belangrijke praktische bijdrage worden geleverd aan natuurbeheer en -beleid.

Kleine vlinders behoren tot de - economisch bezien - belangrijkste diergroepen door de omvang van de schade, die een aantal soorten veroorzaakt en door de kostbare maatregelen, die noodzakelijk zijn voor preventie en bestrijding. Men denke hierbij aan fruitteelt, akker en tuinbouw (ook onder glas), alsook bosbouw, maar ook aan opgeslagen voorraden. In het oog lopend en ook bij het publiek bekend zijn de gevolgen van rupsenvraat op kastanje door een soort, die Nederland pas sinds enkele jaren heeft gekoloniseerd, namelijk Cameraria ohridella, de kastanjemineermot.

Wij besluiten hieruit, dat brede en intensieve aandacht voor de Kleine vlinders een prettige noodzakelijkheid is en wij hopen ook u daarvan te hebben kunnen overtuigen.
 

© 2017 Stichting TINEA